ZUID HOLLANDSE FRISÉ
De benaming van deze frisé werd in 1992 door de COM gewijzigd in "Frisé van het Zuiden". Bij internationale keuringen moeten wij ons daar dan ook aan houden, maar in eigen land blijven we gewoon over Zuid Hollandse Frisé spreken.
Deze soort ontstond in het begin van deze eeuw, waarschijnlijk ergens in het zuiden van Italië.
De Zuid Hollandse Frisé behoort tot de groep licht gefriseerde rassen en lijkt wat bevedering betreft zeer veel op de Noord Hollandse Frisé.
Het grote verschil tussen beide rassen is de lichaamsvorm. In zijn ideale houding heeft de Zuid Hollandse Frisé de vorm van een cijfer 7 Door zijn gebogen vorm lijkt de krullende bevdering wat hoger te zitten, dan bij de Noord Hollandse Frisé.
STANDAARDOMSCHRIJVING
POTEN EN DIJEN  15 punten
Lange gestrekte poten, de dijen glad bevederd.


HOUDING  10 punten
De rug en staart een rechte vertikale lijn. De kop en de lange hals horizontaal, tot onder de schouders, zodat het lichaam de vorm krijgt van een cijfer 7. Van achteren bezien zijn de kop en hals niet zichtbaar. Poten volledig gestrekt.


GROOTTE  10 punten
17 centimeter.


BEVEDERING  10 punten
Zachte bevedering, kop hals en onderlichaam zo glad mogelijk bevederd.


MANTEL  10 punten
Naar beide zijden breed om de schouders en rug krullend, met een rechte scheidingslijn in het midden. De krulveren moeten lang en vol zijn, hoog in de schouders beginnen en ca. 2/3 van de rug bedekken.


BORSTKRULVEREN  10 punten

Van beide zijden van de borst naar het borstbeen toe krullend, een mandje vormend voor de borst.


FLANKKRULVEREN  10 punten
De flankkrulveren goed ontwikkeld en symmetrisch. In opwaartse richting naar de schouders toe krullend.


KOP EN HALS  10 punten
Kleine, fijne ovaalvormige kop. Lange, horizontaal gestrekte hals.


STAART  5 punten  
Staart lang smal en gesloten.


VLEUGELS   5 punten
   
Vrij lang en goed aangesloten.


CONDITIE  5 punten
Gezond, zuiver en goed verzorgd. Alle kleuren, inclusief rood toegestaan.





De voornaamste lichaamskenmerken van de Zuid Hollandse Frisé zijn: de lange gestrekte poten en de dunne lange hals op in verhouding brede schouders.
men dient bij deze soort sterk te letten op de bevedering. Een te lange bevedering heeft vaak tot gevolg dat er krullende veren zitten op plaatsen waar dit beslist niet is toegestaan, zoals kop, hals en op het onderlichaam. Maar ook een te korte of een te dunne bevedering komt regelmatig voor, waardoor er met name aan de kop erg dun bevederde delen kunnen ontstaan, evenals slecht bevederde dijen.
Dit zijn duidelijke fouten in dit ras, welke mogelijk ontstaan zijn door kruising met de Gibber Italicus.
Opmerkingen
Voor een goede vorm zijn een goede lange nek en een fijne ovale kop en hoge hoekige schouders beslist noodzakelijk. De vogel moet ook staan met volledig gestrekte poten. Vaak ziet men de vogel op en neer dansen op de zitstok. Een eigenschap van dit ras is de nervositeit. Duidelijk komt dit tot uiting in de onrustige bewegingen en het steeds vast houden van de tralies met één poot. Omdat deze onrust een natuurlijke eigenschap van dit ras is, wordt dit mits niet storend, niet bestraft. Het is noodzakelijk goed te letten op de verschillen in de lichaamsvormen, in vergelijking tot de  Noord Hollandse en Zwitserse Frisé.