PARIJSE FRISÉ
De Parijse frisé is één van de grootste postuurkanaries, zijn lengte schommelt tussen de 19 en 21 centimeter. Een krachtige houding en een evenwichtige hoeveelheid krullende veren vormen het hoofdkenmerk van deze vogel.
Over het ontstaan van deze frisésoort is niet zo heel veel bekend. Waarschijn- lijk is de "HOLLANDAIS ROUBAISIEN" wel zowat de voor-vader geweest van de meeste frisé soorten.
De eerste bekende standaard van de Parijse frisé  dateert van 1920, maar reeds in 1867 werd in Parijs de eerste tentoonstelling van frisées gehouden, door de toen juist opgerichte vereniging "La Nationale". Zodat we het ontstaan van de krulveerrassen zeker ongeveer 150 jaar terug moeten zoeken.
STANDAARDOMSCHRIJVING
KOP, HALS EN HALSKRULVEREN  15 punten
Zware kop met stevige snavel. Overvloedige kopkrulveren, naar een of beide zijden omlaag en naar achteren krullend of in waaiervorm omhoog krullend. (Callotte- of Casquetype). Goede uitstaande bakkebaarden (Favoris). De halskrulveren als een naar de kop toe krullende kraag (Bavette en collerette).


MANTEL EN BOEKET  15 punten
De Schouderkrulveren lang en vol, waardoor de vogel de brede vorm krijgt. De rugkrulveren overvloedig en symmetrisch, met rechte scheidinglijn in het midden. De rugbevedering is aan de onderzijde het breedst. De mantel wordt aan de onderzijde gevolgd door het boeket, een zachte overvloedige krulbeve-dering, die naar links of rechts van de scheidingsliin valt.


BORSTKRULVEREN  15 punten
Van beide zijden van de borst dubbel naar elkaar draaiend, een dichte schelp vormend voor de borst. Symmetrisch, vol, een harmonieus geheel vormend met rug- en flankbevedering.


FLANKKRULVEREN  15 punten
De flankbevedering flink ontwikkeld, symmetrisch, opgericht naar de mantel krullend. Boven de dijen ingeplant.


HANEVEREN, OLIVE, BROEK  10 punten

Lange, dikke vanuit de stuit afhangende haneveren. Olive, vanaf de onder-kant van de stuit tot aan de basis van de staart een overvloedig boeket van veren, Onderlichaam (broek), en dijen overvloedig gefriseerd, goed aanslui-
tend aan de borstkrulveren.


POTEN, STAART EN VLEUGELS   10 punten
Stevige poten, dijen goed bevederd. Nagels moeten aanzet tot krulling laten zien. Staart stevig, lang en breed, recht eindigend. Vleugels vol en lang, iets kruisend toegestaan.


GROOTTE, VORM EN HOUDING  10 punten

Zo groot mogelijk, forse brede vogel, een massieve indruk gevend, minimaal 19 cm. Half opgerichte fiere houding.


CONDITIE, BEVEDERING  10 punten
Gezond zuiver en goed verzorgd. Alle kleuren inclusief rood toegestaan. Overvloedige bevedering, volumineus en zijdeachtig.
Opmerkingen
Bij het begrip grootte dient men niet alleen naar de lengte van de vogel te kijken, maar moet er vooral ook worden gelet op de juiste verhoudingen in het vogellichaam. Vogels met een lengte van minder dan 19 cm kunnen kruisingen zijn met Padovan of Noord Hollandse frisé, die zullen daarom ook bestraft kunnen worden voor het niet raszuiver zijn. De vogel moet volume hebben, breed genoeg zijn. Eén van de punten waardoor het volume ook nadelig beïnvloed wordt, is een onvoldoende of slechtkrullende bevedering op de buik, een te vlakke buik bevedering moet dan ook bestraft worden. De mooiste frisé 's hebben aansluitend aan de mantel een supplementje, het "Boeket" genoemd. Dit is een voortzetting van de rugkrulveren en bestaat uit een groepje in de richting van de stuit gebogen veren. Omdat deze veren vrij laag op de rug liggen worden ze soms gedeel- telijk door de vleugels bedekt, waardoor het kan lijken dat de rugbevede-ring ongelijk van lengte is.