Hoewel deze kanarie van het eiland Tenerife al vanaf 1875 zou bestaan, dateren de eerste berichten hierover in de postuurwereld ongeveer eind jaren '80. Deze Melado Tinerfeño heeft waarschijnlijk ook aan de basis gelegen voor de ontwikkeling van de Giboso.
Het is een vrij grote frisékanarie, 19 tot 20 cm. Die wat model betreft wel wat op de Giboso lijkt, maar alleen wat meer bevederd is.
De houding is in de vorm van een cijfer 1, maar de kop en hals worden niet zo laag gedragen als bij de Giboso. De kop is fijn en de hals lang (5cm).
Schouders hoog en breed. Rug en staart vormen een rechte lijn, staart raakt de zitstok niet.
De brede borst (ongeveer 4 cm) heeft vrij korte krulveren, die elkaar niet raken waardoor de huid iets doorschijnt. De verdere bevedering is wel overvloedig, waarbij de flanken meer opgericht zijn. De rugkrulveren moeten bijne de hele rug bedekken. Kop, hals en onderlichaam zijn glad bevederd.
De vogels worden alleen in de kleurslagen geel en wit gevraagd. Rood is niet toegestaan